De Vondst

Een zekere Jan Bautoen was omstreeks 1300 nabij het dorp Niervaert (Klundert) in het veen bezig turf te steken, toen hij plotseling in de bodem een Hostie ontdekte. Hevig ontsteld riep hij, die een vroom man was, twee vrouwen die in de nabijheid aan het werk waren. Zij konden ook niet verklaren hoe de blanke en geheel gave Hostie in het veen terecht was gekomen; onwillekeurig knielden ze gedrie├źn eerbiedig neer. Jan waagde het na enige tijd de Hostie in zijn handen te nemen. Onmiddellijk begon deze overvloedig te bloeden. Geschokt liet hij de Hostie vallen, die dadelijk weer op dezelfde plaats lag als waar ze gevonden was. Daarop haastte een van de vrouwen zich naar de pastoor van Niervaert, om hem verslag te doen van het wonderbare voorval. De zielenherder twijfelde geen moment aan het woord van de vrouw en begaf zich uit eerbied voor het Allerheiligste op blote voeten en gehuld in een haren rouwgewaad naar de plaats van het gebeurde. Een menigte parochianen vergezelde hem. De Hostie werd met alle eerbied opgenomen en in plechtige processie naar de parochiekerk gebracht. Weldra stroomden gelovigen van heinde en verre naar het dorp om de wonderbare Hostie te vereren. Talrijke bijzondere gebedsverhoringen moeten in die tijd hebben plaatsgevonden.